30 augustus 2020

Procenten

Aandelen, Belastingen en Kortingen erop (rekenen met procenten) |  waaromwiskunde

Getallen, het is wat. De meeste mensen nemen ze voor wat ze zijn. Gewoon een gegeven, een hoeveelheid, die meestal als 'juist' wordt aanzien. Verder wordt er weinig aandacht geschonken aan het getal. Anderen krijgen klamme handen als ze nog maar aan getallen denken. Het is voor hen een abstract gegeven dat los staat van elke realiteit. Ze kunnen er zich weinig of niets bij voorstellen. Een derde groep denkt, 'ha, een getal, wat zou dat betekenen? Wat is de eenheid? Is dit nu groot, of juist weinig? In welke verhouding staat dit getal ten opzichte van andere getallen of informatie?' En vooral, 'Is dit wel juist, en zo ja, hoe juist? M.a.w. wat is de nauwkeurigheid of foutenmarge?

In het nieuws, worden we dagelijks om de oren geslagen met getallen: investeringen van enkele honderdduizenden euro's, tientallen tonnen afval, duizenden betogers, ... Al die getallen zeggen eigenlijk bijzonder weinig als je ze niet kan vergelijken met een ander getal, een referentiewaarde, zeg maar. 

Om 'het getal' enigszins te duiden wordt veel gebruik gemaakt van procent. 'We hebben 3.673.732 Euro ingezameld! Dat is 12% meer dan vorig jaar', wordt dan gezegd. Dat is interessant. Nu kan je het getal plaatsen en een juiste of betere interpretatie geven. Procenten dus. Daar wou ik het over hebben.

Procenten geven aan wat het aandeel is van een getal in vergelijking met een ander getal, waarbij dat tweede gelijkgesteld wordt aan 100. Dat is gemakkelijk. Iedereen kan zich wel iets voorstellen bij 100. En je kan er makkelijk mee rekenen. Als je 3% winst gemaakt hebt weet je dat je voor elke 100 euro die je eerst had nu drie euro meer hebt. 

Procenten maken de interpretatie van getallen eenvoudiger. Maar soms zijn ze ook verraderlijk! Neem nu de dagelijkse opnames in het ziekenhuis door Corona-infectie. Stel dat er gisteren 20 mensen in het ziekenhuis zijn opgenomen en vandaag 24. Dat is een stijging van 20%. Klopt helemaal. Een stijging van 20% op een dag is best veel. Maar het blijven 'slechts' vier mensen meer. Vier, in totaal, niet per honderd. Vier is in dit geval niet zo heel veel. Stel dat er slechts één persoon extra in het ziekenhuis was opgenomen, dan was dat een stijging van wel 5% geweest. Dat betekent dus dat de kleinst mogelijke verandering in ziekenhuisopnames, 1 zieke, al 5% vertegenwoordigd. Er bestaat gewoon niet zoiets als 3% meer ziekenhuis opnames. Dat zou betekenen dat er iets meer dan een halve zieke persoon zou zijn. Dat kan natuurlijk niet. Het heeft dus geen zin om dit uit te drukken in procenten!

Anders wordt het wanneer je voor een portie mosselen met friet vorige week 20,00 euro betaalde en deze week 24,00 euro. Weer een stijging van 20%. Die 20% is nu veel relevanter want de prijs van een gerecht wordt op de menukaart tot op 0,10 euro weergegeven. Je kan je prijsstijgingen indenken van 0,01 euro wat overeenkomt met 0,05%. Een prijsstijging met één eenheid, 0,01 euro, heeft dus maar een kleine invloed in de procentuele prijsstijging. Je gaat als het ware in kleinere stapjes.

Nu rijst de vraag: vanaf wanneer wordt het weergeven van een getal of verandering van een getal in procent nuttig? Daar bestaat geen algemene regel voor. Het leidt tot gekke toestanden, boerenbedrog of zelfs volksverlakkerij. 

Als je met procenten werkt hou dan volgende regel in het achterhoofd. De eenheid waarin je het getal aanduidt of telt moet kleiner zijn dan de 'resolutie' (het aantal cijfers na de komma) van het percentage. Zeg je dat iets 20% verandert dan moet de eenheid van het getal (bv. zieke mensen of euro's) dat verandert kleiner zijn dan 1%. Als je daarentegen aangeeft dat de verandering 20,00% is, mag de eenheid maximaal  0,01% vertegenwoordigen of 0,05.

Veranderingen of verhoudingen weergeven van kleine hoeveelheden die we slechts in ruwe stappen tellen, heeft geen enkel zin. Laat ons dan ook stoppen met de verandering van het aantal ziekenhuisopnames voor te stellen in procenten. Tot er meer dan 100 opnames zijn. 

Laat ons hopen dat het nooit meer zover komt.


25 mei 2020

Werken vanuit je kot

Opgeruimd staat netjes

Ik ga tegen zere schenen trappen, ik weet het. So be it! Laat ons hopen dat er ook ergens te lande enkele medestanders zijn. Of ver over de grens misschien. Mensen mogen dan de grens niet meer over (voorlopig), gedachten en ideeën wel.

Je kan tegenwoordig geen tijdschrift openslaan, je TV of radio niet aanzetten of niet op de sociale media kijken, of je wordt om de oren geslagen met verhalen of posts van mensen die heel hun kot hebben gekuist. Van zolder tot kelder, alles opgeruimd, uitgekuist, hele inboedels weggegooid, nergens nog een vuiltje te bespeuren. Jarenlang uitgestelde klussen en klusjes zijn in enkele weken tijd uitgevoerd en de tuin ligt er pico bello bij. En dat allemaal dank zij de ... coronamaatregelen. 

70 procent

Dat zit zo. Sinds het begin van de coronacrisis kunnen bedrijven die het moeilijk hebben tijdelijke werkloosheid inroepen voor hun werknemers. Tijdelijk betekent beperkt in de tijd en dat valt hier letterlijk te nemen. Het kan gaan om een dag, enkele dagen per week, hele weken, maandenlang, tot eind juni (voorlopig, er gaan stemmen op om dit te verlengen). Deze maatregel is goed, en vooral goedbedoeld. Mensen die, omdat er nu eenmaal geen of minder werk is, niet hoeven te werken en een uitkering tot 70 procent van hun loon krijgen is een prachtige oplossing. Vooral voor mensen met een laag tot gemiddeld inkomen. OK, 70 procent is nog altijd 30 procent minder maar honderd maal beter dan niks, zelfs geen vooruitzicht op nieuw of ander werk. 

Voor een niet onbelangrijk deel van de werkenden onder ons is 70 procent om niks te doen mooi meegenomen. Het is tenslotte tijdelijk. Die groep, laat ze ons de betere middenklasse noemen, zit thuis, werkloos. Ze kunnen nergens naartoe, mogen amper buiten. Boeken lezen en Netflix kijken gaat op de duur ook vervelen. Dan maar opruimen, schoonmaken, schilderen, herstellen, verbouwen, onkruid wieden, perkjes aanleggen en bomen planten. Zo komt het dat je overal leest, hoort en ziet dat iedereen z'n kot op orde heeft.

Alles blijft zoals het was

Er bestaat ook nog een andere groep werknemers. Zij die het geluk hebben te kunnen of mogen blijven werken. Veelal telewerken. Al die mensen werken nog steeds fulltime (of deeltijds als ze dit vooraf ook al deden). Heel vaak zelfs meer, of harder, dan in de precoronatijd. Als compensatie hebben ze geen last meer van de ochtend- en avondspits. Dat scheelt weer op de stress-schaal. Deze mensen hebben geen tijd om allerhande klusjes en klussen te doen. Ze moeten werken, al is het soms van thuis uit. Ze zijn voor acht uur de deur uit of aan de computer en om half vijf stoppen ze ermee. Wat later zijn ze thuis. Eerst nog boodschappen doen, eten maken, de vuile was in de machine en de propere kleren in de kast hangen. Hier en daar wat opruimen en eens stofzuigen. En dan is het half elf, bedtijd.

Je hoort die groep mensen niet klagen. Ze doen gewoon voort zoals ze altijd al gedaan hebben. Niks speciaal, dat is nu eenmaal het leven. Maar ze raken wel gefrustreerd door die artikels in tijdschriften, reportages op radio en TV en posts op sociale media van mensen die nu tijd hebben om alles te doen wat zij ook wel zouden willen doen. En nee, het is geen jaloezie. Verre van, want ze zijn blij dat ze mogen of kunnen gaan werken. Het is velen niet gegeven vandaag. En nee, ze vragen ook geen applaus of witte lakens aan het raam. Laat ons dat voorbehouden voor alle mensen die het écht verdienen. Het enige dat deze nog werkende mensen vragen is wat erkenning en begrip. Ze worden zelden gehoord want uiteraard geen tijd voor interviews of sociale media.

Voor al deze, gelukkig werkende, mensen: Bedankt dat jullie er zijn! Bedankt om mee de economie te ondersteunen! Bedankt om sociale contacten te onderhouden, op veilige afstand! Bedankt om het Covid-19 virus niet te verspreiden! En ik help het hopen dat 'de politiek' ook aan jullie denkt, na de armen, de daklozen, de vluchtelingen, de echte werklozen, de zorgverleners, de hulpdiensten, de bedrijven op de rand van het bankroet en al die anderen die alle steun meer dan goed kunnen gebruiken en nodig hebben.

28 april 2020

Ca-fake-praat

We weten niet meer wat we mogen of moeten geloven. Het lijkt wel of er meer 'fake news' is dan echt nieuws. Het is allemaal de schuld van de sociale media, wordt gezegd. Er wordt met een beschuldigende vinger gewezen naar de facebooks en twitters van deze wereld.

En dat klopt! Vandaag de dag wordt er op de sociale media veel fout nieuws verspreid. En hoe zit het met de klassieke media zoals kranten en tijdschriften of radio en TV? Die zijn, als medium, allemaal in hetzelfde bedje ziek. Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat iedereen die fout nieuws verspreid dat bewust doet of met de bedoeling schade aan te brengen. Vaak gebeurt het onbewust, vaak uit onvoorzichtigheid of onoplettendheid, gedreven door geldgewin, deadlines, verkoopcijfers, spektakelwaarde en meer van dat fraais.

Zijn het écht alleen de media die schuldig zijn? Nee. fout nieuws is waarschijnlijk zou oud als de mensheid. Het komt overal voor. Heb je al eens aan de schoolpoort gestaan? Of bij de kapper of in de krantenwinkel of groentewinkel? Of op het werk? Overal hoor je dingen die verkeerd zijn, of op z'n minst niet gecontroleerd zijn op juistheid. Toch neemt bijna iedereen wat er gezegd wordt voor waar aan. "Heb je het al gehoord? De dochter van Maria van die van de Jos heeft een affaire met Jean van den boswachter!"

Maar dé plaats bij uitstek voor 'fake news' is het café. Aan de toog wordt veel verteld maar nog meer gelogen. Dat is dan cafépraat. Of ca-fake-praat. Want wat is het verschil?

BOUWMASTER: CAFéPRAAT







16 juni 2019

Asperges

We schrijven 15 mei 2019. Het is lente! Zo’n dag vol zon maar toch niet te warm, ritselende bladeren door een licht briesje. Echt deugddoend na een donkere winter. Op zo’n dag krijg ik dan zin in lekkere lentedingen. En wat is er in de lente lekkerder dan asperges. Op z’n Vlaams liefst - trouwens één van de weinige dingen die ‘op z’n Vlaams’ goed zijn. Ik dus naar de Delhaize om asperges. Verse natuurlijk. En Belgisch, niet ingevoerd. En verse peterselie en eitjes van scharrel minimale voetafdruk want alles is vers en lokaal. Niet dat we vegetarieërs zijn of gezondheidsfreaks, verre van, maar als het kan, waarom dan niet. Zeker als het nog lekker is ook. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik in het groentenschap de asperges aantrof op een hagelwit isomo schaaltje en verpakt in een dichtgesmolten plastiekfolie. 

Op mijn verdere tocht door de Delhaize en de rit naar huis, in mijn salariswagen op diesel, veranderde mijn verbazing in verontwaardiging, misschien zelfs in kwaadheid. Dit kon toch niet! Tot, in mijn geheugen, vorig jaar, in werkelijkheid misschien een beetje langer geleden, kon je asperges kopen in bussels met een papiertje rond en een touwtje of elastiekje om ze bij elkaar te houden. Wat is daar mis mee? 

Thuisgekomen heb ik direct de smartphone ter hand genomen en Twitter geopend. In een tweet naar @delhaizeNL maakte ik mijn bezorgdheid over de verpakking van de asperges kenbaar, met #plastieksoep. Prompt kreeg ik antwoord van een zekere Joyce. Een mens zou van minder gaan dromen. Ze begreep dat ik het vervelend vond asperges te zien in een plastiek verpakking. Ze vroeg me welke asperges en in welke winkel ik ze gekocht had. Zo snel ik kon heb ik Joyce de gevraagde info gestuurd. Een week of twee later komt er antwoord van Joyce. Ze had het nagevraagd bij de aankoopdienst. Blijkbaar herbekijken ze de verpakking tegen het volgende seizoen. Er lopen naar het schijnt al enkele proefprojecten ivm. verkoop van asperges in bulk. Ze wachten uiteraard de resultaten af vooraleer een beslissing te nemen. Een beleefd en politiek antwoord, maar van Joyce kan ik dat aanvaarden. Ik heb haar vriendelijk bedankt voor de moeite en gezegd dat ik uitkijk naar mijn asperges en hun verpakking volgend jaar. 

Ik ben er niet van overtuigd of mij tweet de aankoop- en verpakkingspolitiek van Delhaize heeft veranderd. Maar ik geloof graag dat Joyce persoonlijk naar de chef ‘groenten en fruit’ gestapt is om te zeggen dat er mensen zijn die niet akkoord zijn met asperges op isomo schaaltjes en een plastiek zakje er omheen. En dat ze dringend meer maatschappelijk en ecologisch bewustzijn aan de dag moeten leggen. En dat die chef dan direct gezegd heeft dat dat eigenlijk wel juist was en hij het volgend jaar zou veranderen. De praktijk is gegarandeerd minder idyllisch. Maar toch, een mens moet ergens in geloven. 

En oh ja, de asperges à la Flamande waren lekker. Beetgaar, met de geprakte eitjes erover en versierd met de verse peterseliesnippers, overgoten met een botersausje. Eigenlijk moest dat geklaarde boter zijn, maar dat bleek te hoog gegrepen voor mijn culinaire capaciteiten. Ik kijk al uit naar de asperges in bulk van volgend jaar. Als ze dan even lekker of nog beter smaken dan nu, zal ik dat zeker aan Joyce laten weten.

19 augustus 2018

Eté Indien - Indian Summer

Ik was 11 in ‘76. De heetste, en vooral droogste zomer. Als het een tijdlang wat warmer is, komt onvermijdelijk de vergelijking met de zomer van ‘76 naar voren. Zelf herinner ik me niet veel van die hete zomer. Zoals gewoonlijk gingen wij de hele grote vakantie naar Spanje. Daar was het altijd heet en droog in de zomer. Dus, veel verschil was er niet. Het enige wat ik me nog herinner is dat we, terug van vakantie, onze auto niet mochten wassen. En ja, het was mooi weer. 

Benieuwd of wij, en onze kinderen, binnen een jaar of veertig nog zullen spreken over de zomer van ‘18? Of worden de komende jaren, zoals nu al voorspeld wordt, de zomers even heet en droog zodat we het eigenlijk normaal gaan vinden? Gaan we echt wennen aan die hitte? 

Ach ja, ‘t is de ‘global warming’, hoor je dan zeggen. Gemakshalve stem je daar dan mee in. Als het de komende winter weer een tijd stenen dik vriest of maanden aan een stuk giet dat het geen naam meer heeft, wordt diezelfde ‘global warming’ weer stevig in vraag gesteld. 

Zucht! Je zou denken dat onderhand iedereen wel het verschil kent tussen weer en klimaat. Er is nog veel werk aan de winkel.

Ondertussen is er iets dat ik al heel de hete zomer niet uit mijn hoofd krijg. In juni, ter gelegenheid van de NAVO-top in Brussel, schoffeerde Amerika, bij monde van president Trump, heel de Europese unie door te zeggen dat Europa dringend de internationale afspraken rond defensie moet naleven en dus meer moet uitgeven aan bommen en granaten. Of vliegtuigen, liefst F-35’s. Dat is nodig, aldus Trump, om de huidige conflicten de kop in te drukken en toekomstige te voorkomen. Dat hij, Trump, en dus de Verenigde Staten van Amerika, hun internationale verplichtingen rond klimaat niet nakomen - ze hebben zich teruggetrokken uit de COP21 akkoorden van Parijs - wordt eenvoudig van tafel geveegd als zijnde niet relevant. Maar dat is het wel! Klimaat is wel degelijk relevant. Ook, en zeker, als het over defensie gaat. Door de opwarming van de aarde, en dat is een gegeven waar we niet omheen kunnen, komen er steeds meer klimaatvluchtelingen. In de contreien waar die mensen vandaan komen zorgt droogte, maar ook watersnood, met mislukte oogsten, honger en onrust tot gevolg, nu al voor hoogspanning. Met de klimaatsverandering in zicht, zal dit er niet beter op worden, wel integendeel. Meer economische verlies leidt daar tot nog meer onrust en conflicten en dus meer oorlogen en meer vluchtelingen. Onze Theo zal niet weten wat eerst gedaan. Daardoor zal weer meer geld nodig zijn voor defensie. Een vicieuze cirkel, noemt men zoiets. 

Vandaag meer investeren in klimaat voorkomt dus spanningen, oorlogen en vluchtelingen in de toekomst. Investeren in klimaat is daardoor ook investeren in defensie, of beter in wereldvrede. Trump en Amerika voldoen dus zelf niet aan de internationale defensieverplichtingen.

Terug naar vandaag. Het belooft in Vlaanderen een hete herfst te worden. Een été Indien of Indian summer. Niet zozeer weerkundig maar des te meer op sociaal en politiek vlak. Of klimaat en defensie aan bod zullen komen lijkt twijfelachtig.

16 oktober 2016

MIA



De middenstand regeert het land
beter dan ooit tevoren
Mia heeft het licht gezien
ze zegt, niemand gaat verloren

Een fantastische tekst, vind je niet? Diepzinnig, tijdloos, maar brandend actueel. Een Nobelprijs waardig. In ons land is het dan wel niet de middenstand die regeert, het grootkapitaal des te meer. Vermogenswinstbelasting of meerwaardetaks zullen dit niet veranderen, hoe hard CD&V ook haar best doet. Sterren als Kris Peeters komen en gaan maar het kapitaal blijft bestaan. En zolang de ‘Kracht van Verandering’ niet in werking treedt zal dit ook zo blijven. Zeker als het afhangt van de bedenkers van deze slogan.

Niet dat er iets mis is met geld verdienen. Integendeel. We willen allemaal meer, toch? Maar, ‘t zijn zotten die werken, je wordt er niet rijk van. Het alternatief is, zo leren we tegenwoordig uit verschillende reclamespotjes, beleggen in aandelen. Aandelen! Er was een tijd dat de hardwerkende Vlaming groen uitsloeg van het woord alleen al. Tegenwoordig heeft iedereen aandelen, al was het maar in de vorm van pensioen- of verzekeringsfondsen. Kleine aandeelhouders worden dan ook ontzien in het voorstel van Kris Peeters. De grote aandeelhouders ontzien zichzelf wel. Daar is geen hervorming tegen opgewassen. Het resultaat is dat heel die heisa dus een maat voor niets is. Enkel van symbolische betekenis, maar met symbolen komt er geen brood op de plank.

De bedoeling was, zo mogen we hopen, nobel. Maar een grote hervorming, een tweede taxshift, doe je niet ‘overnight’. Die nachtelijke vergaderingen tegen de klok met steeds vooruitschuivende deadlines, zijn uit zichzelf contraproductief. Ik denk niet dat er één communicatiespecialist die methode aanbeveelt. Een degelijke voorbereiding en overleg lijken meer aangewezen. Door zijn voorstel gewoon plompverloren op tafel te smijten heeft Kris niet alleen een crisette veroorzaakt maar ons landje, met al een behoorlijk ingedeukt imago, nog maar eens te kakken gezet in een commedia dell arte, die zelfs de betreurde Dario Fo niet kon verzinnen. Eigenlijk verdient Kris Peeters de Nobelprijs voor literatuur.

Het lijkt er trouwens op dat het Noors Nobelcomité dit jaar ook onder tijdsdruk stond om hun deadline te halen. Eerst gaat de Nobelprijs voor de vrede naar een president die blijkbaar niet in staat is vrede te sluiten, wat later gaat de prestigieuze prijs voor literatuur naar een liedjeszanger, een singer-songwriter, zo je wil. Niet dat het president Santos niet gegund is. De man heeft jarenlang hard gewerkt voor en aan de vrede in zijn land. Daarvoor verdient hij zeker de nodige erkenning. Zijn prijs had net iets meer glans gekregen mocht hij er ook daadwerkelijk in geslaagd zijn. Ook Bob Dylan verdient zijn prijs. Al zou de vredesprijs voor hem beter gepast zijn, na zijn jarenlange activisme tegen bv. de oorlog in Vietnam.
Op die manier komt de Nobelprijs voor literatuur vrij voor Kris Peeters.

7 januari 2015

Apenland

Als er iets helemaal duidelijk is,
het als een paal boven water staat,
er geen speld tussen te krijgen is,
zo klaar is als een klontje,

dan, dan is het voor iedereen duidelijk dat wat er beweerd wordt, ook echt waar is. Niemand die nog twijfelt. Of toch?

Inderdaad, er is altijd en overal een ongelovige Thomas. Iemand die altijd een echt sluitend bewijs nodig heeft dat het laatste spatje twijfel wegneemt. Zo iemand is een rechter, een magistraat. Rechters zijn de verdedigers van de rechtstaat, de democratie. Ze moeten ons beschermen tegen ons zelf en tegen anderen. Een nobele taak is dat. En om die taak uit te voeren hebben rechters regels, wetten. Boeken vol, duizenden en duizenden bladzijden. Daarin staat alles van naaldje tot draadje uitgelegd. Echt aan alles is gedacht: aan wat moet en mag of wanneer iets kan of niet. Niets is aan het toeval overgelaten want, gerechtigheid moet geschieden

Wat is het dan toch jammer dat in al die dikke boeken over gerechtigheid niets staat over rechtvaardigheid. Het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar schijn bedriegt. Ook hier. Gerechtigheid staat dikwijls lijnrecht tegenover rechtvaardigheid! Hoe anders verklaar je dat een bende drugsdealers, bij wie drugs, wapens, geld en wat nog allemaal is gevonden, vrijuit gaat omdat het bewijsmateriaal onrechtmatig verkregen is? Onrechtmatig bewijs blijft bewijs. Onrechtmatig is een bijvoeglijk naamwoord en verduidelijkt hier het zelfstandig naamwoord bewijs. Het verandert er niets aan. Een mooi meisje blijft toch een meisje, een grote hond blijft een hond en een gure winteravond blijft een winteravond. Voor rechters is dit blijkbaar niet zo. Onrechtmatig bewijs is plots geen bewijs meer. Daarom worden zware misdadigers gewoon weer de straat op gestuurd. Omdat een onderzoeksrechter niet duidelijk genoeg had gezegd waarom hij wou meeluisteren naar de telefoongesprekken tussen de bandieten.

De rechters schieten hier hun eigen doel voorbij. In hun streven om ons, de burgers, de maatschappij te beschermen stellen ze ons bloot aan nog meer gevaar. Ik heb hier maar één woord voor: wereldvreemd. Rechters, en bij uitbreiding het hele gerechtelijke apparaat, zijn wereldvreemd. Ze staan niet in de maatschappij of tussen het volk maar er boven, ernaast of eronder.

En er zijn nog groepen die wereldvreemd zijn. De clerus bijvoorbeeld. De bisschop van Brugge had een inschattingsfoutje gemaakt. Hij dacht dat het geen kwaad kon een pedofiele priester opnieuw te benoemen, nadat, jawel, het gerecht, de man als ongevaarlijk had bestempeld. Misschien is dat zelfs zo, maar in een land waar de naam Dutroux na meer dan twintig jaar nog iedereen kippenvel bezorgd, zou een bisschop beter moeten weten. Hoe wereldvreemd kan je zijn?

Ook onze regering is in hetzelfde bedje ziek. Om de crisis op te lossen zoeken ze geld waar het niet zit, bij mensen die geen schuld treft aan die crisis en die de crisis ook niet kunnen oplossen als ze daarvoor geen geld meer overhouden. En dan staat de regering versteld dat die mensen op hun achterste poten gaan staan.

Het mag duidelijk zijn: we leven in een apenland.