27 oktober 2010

Met Vlag en Wimpel

Er gaat van de lente tot de vroege herfst geen weekend voorbij of er is wel ergens in het Vlaamse land een pensenkermis of jaarmarkt.  Straten en pleinen worden dan versierd, de stoepen worden ingenomen door draaimolens en schietkramen, de straten zijn autovrij.  Cafés zetten hun terrassen buiten en slaan extra vaten bier in.  De familie komt steevast bij grootmoeder op bezoek en eet frikadellenkoek met kriekskes.  

De gemeentelijke overheid doet haar duit in het zakje door aan openbare gebouwen de plaatselijke vlag te laten wapperen, naast deze van het Vlaamse gewest en de nationale driekleur.  Folklore noemen we dit, traditie.  En daar is niks mis mee.  Iedere reden is goed genoeg om te feesten.

Wat me echter de laatste jaren opvalt, sterker nog, het begint me serieus op de zenuwen te werken, is dat meer en meer voorgevels ontsierd worden door gele vlaggen met een zwarte leeuw!  En dan bedoel ik echt een zwarte leeuw.  Niet de zwarte leeuw met rode tong en klauwen die symbool staat voor het officiële, gastvrije, hardwerkende Vlaanderen.  Deze geel-zwarte vlaggen en wimpels staan voor een Vlaanderen dat niet het mijne is.  Een Vlaanderen dat onverdraagzaam is, in zichzelf gekeerd, xenofoob.  Elk jaar zie je meer van deze vodden.  En niet alleen tijdens de kermis.  Op alle feestdagen, ook kerkelijke, hangen ze uit de ramen.  Elke gelegenheid wordt gebruikt om het eigen navelstaardersgelijk uit te dragen.  Of het nu een wielerwedstrijd is die langs komt of Kim die een Grand Slam-finale speelt, of België doet nog eens mee op het Eurovisie songfestival, of er gaat weer een landgenoot de ruimte in, je kan het zo gek niet bedenken of de zwarte leeuw komt boven.  Zelfs op 1 mei!  Op zulke dagen kleurt Nederland oranje en Frankrijk azuurblauw!

Het Vlaams-Nationalisme heeft altijd iets gehad met vlaggenzwaaien.  Vanaf net na de tweede wereldoorlog had iedere zichzelf respecterende vereniging haar eigen vaandel en vendels.  Vaak aangevuld met trommels die luisteren naar ronkende namen zoals Landsknecht.  Foto’s en oude filmfragmenten van toen doen sterk denken aan optochten van de Hitlerjügend in Nazi-Duitsland.  Duitsland is geëvolueerd (al beweert bondskanselier Merkel wel dat het mislukt is) tot een modern en open land.  Vlaanderen daarentegen lijkt een stuk geschiedenis te hebben gewist of gemist.

Folklore en traditie, het is mooi en maakt deel uit van de eigen cultuur maar je moet het wel in de juiste proporties blijven zien.  Vanaf het midden van de veertiger jaren tot diep in de ninetees heeft de Vlaamse goegemeente achter vaandels en tromgeroffel aangelopen.  Zelfs, of misschien vooral, de linkse of socialistische verenigingen.  Wie herinnert zich niet de grote massa-turnfeesten: met vier op een rij, strak in de pas en groetend met de arm.  Ik wil niet zo ver gaan door te zeggen dat dit doctrine was maar het creëert wel een onderdanig gedisciplineerd groepsgevoel waar het Vlaams-Nationalisme vandaag zo graag aan herinnert en cultiveerd.  Samen sterk maar onderdrukt.  

Valt het niet op dat progressief Vlaanderen zich niet achter vlaggen schaart?  Met uitzondering van de Dag van de Arbeid zie je zelden of nooit rode vlaggen, al dan niet met een roos, in het straatbeeld.  Groene vendels zijn al helemaal een curiosum.  Misschien geldt wel dat hoe vrijer de gedachten zijn, hoe onafhankelijker de geest.  Op zich niet verkeerd maar toch mag het ‘samen’-gevoel niet vergeten worden.  Iedereen z’n eigen kleine wimpeltje, in een eigen kleurtje.  Is dat geen leuk idee?  En we komen er zonder af te spreken mee naar buiten, aan de fiets of de auto of rond de hals, wanneer we willen, zo vaak we willen.  Geen trommels, geen trompetten.  Gewoon een stil statement.  Het zal de wereld niet veranderen maar misschien, heel misschien, zullen de mensen in de huizen met de zwarte leeuw merken dat er nog een alternatief is.

1 opmerking:

Anoniem zei

hzlvemk swo vmubc handjob auditions

qyhnw!

weqtj mlvglv enp sexy milf